Oma belde mij, ze was doorgestuurd door de kinderarts. Die wist zich geen raad hoe oma zo ver te krijgen, dat zij haar kleindochter laxeermiddelen ging geven. Hoognodig omdat er sprake was van flinke obstipatie. Als er geen medische aanwijsbare oorzaken zijn is dit eerst nodig, voordat er door een kinderarts verder wordt gekeken. Oma zorgde voor haar kleindochter, dochter van haar dochter die overleden was, samen met haar man.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleindochter was ruim 3 jaar oud en had last van behoorlijke obstipatie. Ze poepte hooguit één keer per week in de luier huilend en rondjes rennend in paniek en gaf aan zo’n pijn te hebben. De kinderarts had aangegeven eerst te zorgen dat kleindochter dagelijks kon poepen, dus vooral veel laxeren. En daar zat een probleem; oma wilde geen laxeermiddelen geven. Dus had hij oma naar mij toegestuurd voor een gesprek.

Alhoewel ik goed begrijp dat je je (klein)kind liever geen laxeermiddel of medicijn wil geven, moet er ergens een afweging plaatsvinden. Zeker wanneer een kind zoveel last heeft als haar kleindochter had. Gezien de pijnlijke voorgeschiedenis van het verlies van dochter voor oma en verlies van mama voor kleindochter, vroeg ik mij af wat en hoe dit met elkaar te maken kon hebben. Ik ging open het gesprek in.

Oma was een ferme vrouw, keek mij vastberaden aan. “Als je maar niet denkt dat je mij zo ver krijgt dat ik mijn kleindochter medicijnen ga geven” begon ze, zittend op het puntje van de bank en haar handen ineen geslagen. Ik ging ontspannen zitten: “Ik snap heel goed dat u geen medicijnen wil geven, veel mensen vinden dat bezwaarlijk”. Oma ontspande wat. Ik gooide het over een andere boeg. “Ik begrijp dat u de hoofdverzorger van uw kleindochter bent, dat lijkt mij best zwaar”. Oma knikte en zei dat dit ook zo was, maar dat er geen andere optie was. Onverwachts – nu twee jaar geleden – was haar dochter met schoonzoon omgekomen en zij was al jaren geleden gescheiden van opa en andere grootouders, broers of zussen waren er niet.

Ik keek oma aan en zag dat zij slikte. “Wat verschrikkelijk voor u en voor uw kleindochter, wat een enorm verlies en een pijn voor jullie beiden. Gelukkig dat jullie elkaar nog hebben”. Oma herpakte zich en zei, dat haar kleindochter haar redding was geweest. Ze had geen kans en tijd gehad om lang stil te staan bij het grote verlies, want er moest ge- en verzorgd worden. Ik zei oma dat ik dat begreep en respect en waardering voor haar had; het was nogal een klus. Oma zei: “En het is zo’n schatje, er is zoveel liefde van haar voor mij en omgekeerd ook”. Oma had in de meest moeilijke tijd in haar leven een uitweg gevonden om door te gaan. Maar dit was naar mijn inschatting ten koste gegaan van haar (en mogelijk ook kleindochters) rouwproces.

Je kunt doorgaan en doorgaan, maar ergens gaat de ‘shit’ zich ophopen en die moet er ooit uit. Zou het extreme ophoudgedrag en verstopping van kleindochter een teken hiervan zijn en was de (onbewuste) boodschap aan oma, dat kleindochter wist of voelde dat oma haar ‘shit’ had verstopt? Dat het tijd was dat oma eens ging loslaten? Als dit zo was, hoe moest ik dit oma duidelijk maken en aangeven dat er soms ondersteuning nodig is om de (letterlijke en figuurlijke) shit los te maken en te laten?

Ik vroeg oma of ik haar mocht laten zien hoe de buik werkt qua voeding en verwerking hiervan; het spijsverteringsproces. Dat wilde oma wel. Ik vertelde haar dat onder in onze buik een prullenbak zit waar alle troep (lees: poep) naar toe gaat en bewaard wordt, totdat wij de prullenbak legen. Dat doen we als we een aandrangprikkel voelen en dat gebeurt als de prullenbak vol zit. Oma knikte instemmend. Ik legde uit dat de prullenbak bij haar kleindochter, door haar ophoudgedrag en de verstoppingen, verwijd was geraakt. Het aandrangsignaal was hierdoor vertraagd en kwam minder sterk en vaak door. Met als gevolg dat de poep in de buik bleef en indikte, omdat de dikke darm vocht onttrekt aan de ontlasting. Daardoor ging poepen pijn doen.

Nu keek oma mij aan: ”Dus als mijn kleindochter zo raar gaat rondrennen en huilt. Komt dat dan, omdat er een enorme harde massa uit moet die daar lang heeft gezeten en pijn doet?”. Ik knikte bevestigend: “Daarom is het belangrijk dat zij geholpen gaat worden, zodat de poep zachter wordt, ze beter gaat voelen en gemakkelijker de opgeslagen poep eruit kan krijgen”. Oma verschoof op de bank maar protesteerde niet. Ik ging verder: “Een laxeermiddel helpt haar daarbij”. En vervolgens legde ik uit dat dit niet verslavend was en niet zorgde voor luie darmen en er nauwelijks tot geen bijwerkingen waren. Oma ging twijfelen.

“Ik wil niet dat mijn kleindochter pijn en last heeft. En het lukt mij niet om haar poep zacht te krijgen. Ik heb alles al geprobeerd; pruimen, vezels, noem het maar op. Dus u denkt dat dit haar kan helpen?”. “Ik denk het niet, ik weet het zeker en als het poepen eenmaal op de rit is, dan kan dit middel ook weer langzaam worden afgebouwd”. “Hmm, ik wil dit dan wel proberen, maar niet te veel” zei oma. Nu moest ik nog de doseringen uitleggen, maar aan de hand van de Richtlijn Obstipatie voor Kinderen van 0-18 jaar, bemerkte ik dat oma vertrouwen kreeg.

“Hoe zou u het vinden als we samen nog kijken hoe u een beetje ontlast kunt worden van al dat zorgen? Soms kunnen kleine veranderingen veel helpen” gaf ik oma aan. Oma leunde voor het eerst in het gesprek naar achteren: “Denkt u dat dat kan?”. Ik besprak met oma welke ondersteuning geregeld kon worden, van coach aan huis, tot therapie of zoiets voor oma om al haar zorgen te uiten. Oma vroeg mij de mogelijkheden op te schrijven, zodat ze dit thuis kon nakijken. Ik pakte mijn ‘therapie-tips’ en nam deze met oma door. Oma ging naar huis met ‘Het SuperPoeperBoek’ om kleindochter de werking van de buik uit te leggen en het leek alsof er een kleine last van haar schouders was gevallen.

Twee maanden later belde oma mij. “U had gelijk hoor. Toen mijn kleindochter het laxeermiddel is gaan nemen, zag ik na een ruime week verschil in de poep. Ze werd minder bang en zelfs zo veel minder dat ze het op het potje wilde doen. Dus de luier is weg”. “Wow, wat goed van u dat u dit zo heeft gedaan” reageerde ik, “Dat zal wel voor jullie beiden een opluchting zijn”. Oma zei dat dit inderdaad zo was.

“Oh ja, en nog wat, als mijn kleindochter naar de peuterspeelzaal gaat, ga ik naar schilderles. U moet weten ik hield vroeger veel van schilderen. Ik heb net mijn eerste schilderij af…een portret van mijn dochter en zo vertel ik mijn kleindochter over haar moeder”. Ik werd geraakt door oma’s openhartigheid. Niet altijd zijn gesprekken, therapieën, behandelingen of coachingprocessen de aangewezen manier om gebeurtenissen te verwerken. Ieder heeft zijn eigen manier en oma had haar manier gevonden om haar shit een plekje te gaan geven.