Hij was 10 jaar en keek mij met zijn grote bruine ogen aan. “Ik kom bij jou spelen en leren toch?” Ik knikte en vroeg hem: “Wat wil jij hier dan leren Johnny?” Even aarzelde en toen zei hij zachtjes: “De baas worden over mijn buik en poep”. Johnny kwam van ver weg en zijn ouders waren al bij veel professionals geweest. Ieder had op zijn eigen manier geprobeerd Johnny’s poepgedrag te veranderen, maar tot op heden zonder succes.

Johnny was licht verstandelijk gehandicapt en nog nooit zindelijk geweest voor poepen. Van alles was er geprobeerd thuis; boos worden, straffen, smeken, beloningssystemen, maar niets hielp. Johnny ging niet uit zichzelf naar het toilet en droeg dus een luier. In mijn ogen bevestigde de luier – ook al begreep ik de beslissing van ouders – aan Johnny dat hij klein was en ook zo behandeld werd. Ook een kind dat een wat lager IQ heeft kan dit merken en voelen.

Met Johnny ging ik eerst op onderzoek uit of hij de werking van het lichaam begreep. App SuperPoeper vond hij leuk, maar ik vroeg mij af of hij werkelijk begreep hoe het lichaam werkte. Bij navragen en bespreken knikte Johnny fanatiek, maar het leek meer dat hij mijn woorden vooral herhaalde.  Johnny gaf aan dat hij niet goed voelde wanneer hij moest poepen. Daardoor had hij zonder luier vieze broeken. Dat niet goed voelen kwam enerzijds door de jarenlange obstipatie en het verwijden van het rectum en onvoldoende laxeren. Anderzijds kwamen interne prikkels, zoals poepaandrang, zeer vertraagd door, waardoor Johnny te laat was en bedacht dat het geen zin had om naar het toilet te gaan.

Bijkomend probleem was dat Johnny bespraakt overkwam, maar dit zijn werkelijke begrip wat oorzaak gevolg betrof maskeerde. Ouders hadden daarom het idee dat Johnny wel snapte dat hij naar de wc moest bij aandrang, maar dit opzettelijk niet deed. Dat resulteerde in boosheid bij ouders richting Johnny en straffen. Straffen helpt nooit en al helemaal niet wanneer je iets niet goed begrijpt. Ik kreeg het gevoel dat ouders nooit echt het onvermogen van hun kind – waar hij niets aan kon doen – hadden geaccepteerd en dat ik daar mijn focus op moest richten. In plaats van te proberen het ongewenste gedrag van Johnny te veranderen in gewenst gedrag wat misschien niet mogelijk was.

In een evaluatiegesprek met ouders zonder Johnny zijn aanwezigheid, vroeg ik ouders hoe zij het hadden ervaren toen zij hoorden dat Johnny licht verstandelijk gehandicapt was. Moeder haalde haar schouders op en zei dat zij haar kind goed vond zoals hij was. Vader reageerde niet echt, maar begon wat te schuiven op zijn stoel. Ik gaf aan dat ik me kon voorstellen dat het mij flink lastig leek, om eventuele verwachtingen die je hebt van je kind, bij te stellen. Zeker als je je realiseert dat dit toekomst bepalend is.

Vader keek mij nu aan en zei: “Merk jij dan wat aan Johnny?”. Ik vertelde dat het mij was opgevallen dat het leek of Johnny veel begreep, maar dat dit niet overeenkwam met de realiteit en navragen. Dat Johnny aardig kon verbloemen dat hij minder begreep dan dat de werkelijkheid was. Wellicht had Johnny altijd het gevoel gehad, dat met name vader moeite had om hem te accepteren zoals hij was en liep hij op zijn tenen (en was het hem nog gelukt ook) om zich anders (slimmer) voor te doen.

Moeder begon op dit moment te huilen. “Ja hoor, klopt wat jij zegt, hij wil er gewoon niet aan, dat één van zijn zonen niet de zoon is die hij in gedachten had”. Ik zag vader slikken. Weer zei ik dat ik best snapte hoe moeilijk het moet zijn, als je kind anders is of doet dan dat je ooit in gedachten had. Ik legde uit dat de verwachtingen die ouders hadden, dat Johnny uit zichzelf naar de wc zou gaan bij aandrang, niet reëel waren. Johnny had directe aansturing nodig.

Buiten dit alles werd er ook onvoldoende gelaxeerd, ook omdat vader het hele ‘verstopping’ verhaal maar onzin vond. Dus liet ik vader zien hoe het lichaam werkte en wat er gebeurt bij verstopping. De noodzaak van laxeren werd vader duidelijk. Ik vertelde ouders dat ik dacht dat Johnny – mits er goed gelaxeerd zou worden – best zonder luier zou kunnen. Maar dat hem tijdig naar de wc sturen wel van belang was. Het goede van laxeermiddelen is dat je, wanneer je dit dagelijks op hetzelfde tijdstip geeft als je de juiste dosering hebt gevonden, je ook een vast poepmoment kan creëren.

Ik speelde nog een paar keer met Johnny en zei hem dat hij niets aan zijn poepprobleem kon doen, maar dat we ons best konden doen om het beter te maken. Door dagelijks de poeppoeders te nemen en naar de wc te gaan als zijn ouders en anderen hem zouden sturen. “Ben ik dan de baas over mijn buik en poep en kan de luier dan weg?” vroeg Johnny. Ik knikte, “Zeker Johnny, dat is toch wat jij wil?”. “Jaaaa!” riep Johnny met een big smile.

Het duurde een paar weken, maar toen kreeg ik op de mail een foto van een trotse Johnny met een poepdiploma in zijn hand. Ouders waren hard aan het werk geweest; de verstopping was verholpen waardoor Johnny beter voelde wanneer hij moest poepen en dat kon aangeven. Ouders hadden ook door wanneer Johnny moest poepen; hij begon dan te wiebelen op zijn billen. Johnny moest wel gestuurd worden maar luisterde nu hiernaar. Ook op school werd deze aanpak besproken. En zo werd Johnny op zijn manier de baas over buik en poepen.

Wil jij dat jouw kind ook de baas wordt over buik en poep? Dan is de online oudertraining mogelijk iets voor jou. Ook voor kinderen waarbij sprake is van een normaal IQ, zijn het de ouders die met de juiste tools van hun kind een superpoeper kunnen maken.