Zijn ouders, streng islamitisch, kwamen op intakegesprek op verwijzing van de huisarts en aandringen van moeder. Moeder droeg een boerka en zei niets. Vader voerde het woord. Het ging om hun zoon I. van acht. I. had dagelijks vieze broeken, maar volgens vader kon het hem niets schelen. Probleem was dat ouders met meerdere familieleden in één huis woonden en zij zich schaamden. I. werd gestraft maar dat hielp niet. Vader legde uit dat het bij hen de gewoonte was dat problemen intern opgelost moesten worden en geen buitenstaanders om hulp vragen.

Vader deed zijn verhaal en moeder keek mij alleen maar aan. Het lukte mij niet om met moeder in contact en in gesprek te komen. Vader bepaalde de situatie. Hij sprak veel en vlug en zei mij dat ik het poepprobleem snel moest oplossen. Het was een onhoudbare situatie thuis, want de dagelijks vieze witte broeken verbergen was bijna onmogelijk. De rest van de familie, die ook thuis woonde, mocht niet weten wat er speelde bij I. Ik liet ouders weten dat ik mijn best zou doen, door I. van alles uit te leggen. Dat ik zou proberen uit te vinden waar het ophoudgedrag mee te maken had. Ik gaf hierbij aan dat er meerder factoren een rol konden spelen, zoals het gedrag en karakter van het kind, gezinssituatie, opvoeding en overige omstandigheden zoals school.

Ik had mijn twijfels of I. zou komen, omdat ik weerstand en weinig motivatie had gevoeld bij vader in het intakegesprek, ook al bleef hij reuze vriendelijk. Maar I. kwam voor de eerste sessie en droeg een witte broek. I. vertelde al snel dat hij de poep niet aan voelde komen en dat hij zich geen raad wist met zijn vieze broeken en gepest werd op school. Dat snapte ik, in die witte broeken kon een poepongelukje niet verborgen blijven. I. moest van vader elke dag een witte broek aan. De volgende sessie zei I. dat hij de hele dag probeerde poep op te houden, om een schone witte broek te houden. Alleen dat lukte hem niet. Er was hier sprake van onbehandelde obstipatie, die de veroorzaker was van de vieze broeken. De redenen van het ophoudgedrag waren mij nog niet helder.

Tijdens de eerste twee sessies bleven vader, moeder en de andere drie kinderen voor de deur in de auto zitten. Precies op tijd belde vader aan om I. weer mee te nemen. Hij bedankte mij uitvoerig en vroeg elke keer of het probleem opgelost was. Ik meldde aan vader dat de eerste stap bij ouders lag; laxeren. En dat we daarna verder moesten kijken waar het ophoudgedrag van I. mee te maken had. Inmiddels was I. in de auto gaan zitten bij moeder. Ik nodigde vader uit naar binnen te komen en legde het doel en werking van laxeren uit. Ook gaf ik vader de tip om I. een donkere broek aan te doen, want dan zouden de vieze broeken minder opvallen. Vader knikte, lachte, zei dat hij er voor zou zorgen. I. zwaaide vrolijk vanuit de auto naar mij toen ze wegreden.

Bij de derde sessie bleek dat I. (met witte broek aan)geen laxeermiddelen had gehad. De vieze broeken gingen onverminderd door. Een kindertherapeut gaat en staat voor het kind, dus besloot ik ouders te bellen op een rustig tijdstip. Ik kreeg moeder aan de telefoon en legde haar de situatie uit. Moeder sprak nu wel, al was het zacht. Ze zei dat haar man alles zou regelen en dat het voor elkaar zou komen.

De week erna kwam I. niet opdagen. Ik belde weer op, kreeg moeder aan de telefoon en die zei dat er miscommunicatie was. Ik zei dat het kon gebeuren en bevestigde de afspraak voor de volgende week. Weer kwam I. niet opdagen en weer belde ik en kreeg ik moeder aan de telefoon. Moeder snikte zachtjes en zei dat I. niet meer zou komen. Ik vroeg haar of het zin had dat ik met vader zou spreken. Moeder bleef stil. Ook zei ik haar dat er nog geen enkele betaling was gedaan en ik in goed vertrouwen aan het werk was gegaan. Ik wees op de behandelovereenkomst waarin onder andere de betaalafspraak was opgenomen. Moeder hing op, nadat ze had gezegd dat vader zich zou houden aan de overeenkomst.

Ik heb nog een paar keer geprobeerd om contact te krijgen, maar I. kwam niet meer. Ik hoorde ook niets meer van vader of moeder. Ook betaling bleef achterwege. Ik heb een brief geschreven met uitleg hoe belangrijk het was voor I. om de juiste hulp te krijgen. Was het niet bij mij, dan bij een ander, zolang hij maar hulp zou krijgen. Geen enkele reactie. Ik was deze familie kwijtgeraakt en dat gebeurde mij echt zelden. Misschien was ik te confronterend geweest of was ik onbedoeld beledigend geweest met de tip over andere broek. Of had ik ergens zere punten geraakt. Ik meldde de huisarts wat er gebeurd was en vroeg hem contact op te nemen met ouders in het belang van I. De huisarts zou het verder overnemen.

Arme I. die al jarenlang in de shit zat, het leuk vond om bij mij te komen, maar niet meer mocht komen. Mogelijk dat cultuur, geloof, andere normen en waarden en schaamte bij ouders er voor hadden gezorgd, dat de drempel voor therapie bij mij te hoog was. Ik had mijn best gedaan, maar soms is je best doen niet genoeg en is er meer voor nodig. Inmiddels – ruim tien jaar later – heb ik I. voorbij zien komen op de social media, glimlachend én met donkere jeans aan. Het is vast goed gekomen met hem, maar op een manier die beter bij dit gezin paste, dan dat ik op dat moment kon bieden. Wellicht dat de huidige online oudertraining beter bij hen had gepast.