//Wel of niet zindelijk?

Wel of niet zindelijk?

Een poep/plasprobleem heeft meestal niets met zindelijk zijn te maken. Toch denken velen dat dit wel zo is en wordt dit ook zo benoemd. Daarmee wordt eigenlijk het kind tekort gedaan. Want een baby en een dreumes kunnen nog niet zindelijk zijn, maar een kind van drie en ouder wel. Dus, als er ongelukjes gebeuren of het kind weigert de wc-gang, dan is er sprake van een poep-of plasprobleem en niet een zindelijkheidsprobleem.

Het is lastig om te kunnen herkennen of het poep/plasprobleem van een kind wel of niet gaat over zindelijkheid. Dit wordt gemakkelijker als je weet wat nodig is om zindelijk te worden, zijn en blijven. De eerste drie checks hebben te maken met de ontwikkeling van het kind en de rijping van het lichaam. In het algemeen kun je er vanuit gaan dat dit rond 18 maanden aanwezig is.

Check 1
Werkt het lichaam goed? Dit betekent dat het kind als baby en dreumes geen problemen had en kon plassen en poepen. Dus bij luierpoepen wat een probleem kan zijn, zegt dit eigenlijk dat het kind wel kan poepen. In de meeste gevallen werkt het lichaam prima en is er zelden een medische oorzaak voor een plas/poepprobleem.  

Check 2
Herkent het kind aandrang? Dat kan je kind non-verbaal of verbaal aangeven. Bijvoorbeeld als een kind gekruist gaat staan of vraagt/zegt dat het naar de wc moet of een luier wil. Als een kind geen aandrang lijkt te hebben of te voelen, is er vaak sprake van obstipatie. De obstipatie kan er voor zorgen dat de aandrangssignalen niet meer goed doorkomen en/of gevoeld worden.

Check 3
Is het kind in staat om fysiek plassen of poepen uit te stellen tot het bij de wc is of een luier krijgt? Dus kan het kind ophouden om het op de wc of luier te doen. Hiermee wordt niet bedoeld dat het kind ophoudgedrag laat zien en niet wil gaan.

Check 4
Wil het kind, als het voelt dat het moet, naar de wc gaan? Of weigert het kind de wc-gang, houdt het op en/of wil het alleen in de luier doen? Geeft het (ophoud/weiger) gedrag de problemen? Zo ja, dan weet je dat dit niet met zindelijkheid qua rijping van het lichaam te maken heeft. Dit geeft aan dat het lichaam goed werkt, maar dat het kind redenen heeft om niet naar de wc te willen (of kunnen of durven) gaan. 

Wanneer alles goed functioneert, maar het gedrag van het kind voor de problemen zorgt, is het geen zindelijkheidsprobleem. Dit benoemen als niet zindelijk zijn (wat past bij een baby/dreumes) kan het zelfbeeld van het kind aantasten. Het kind kan zichzelf klein gaan voelen of denken/voelen dat anderen hem/haar klein vinden. Dit gevoel en bijkomende (negatieve) gedachten, kunnen leiden tot onzekerheid en faalangst. Het lastige is dat veel ouders en omgeving denken dat het helpt om aan te geven dat het nog niet groot is. Echter de praktijk laat juist zien, dat dit een bevestiging is aan het kind dat het inderdaad klein is. Met als gevolg klein blijven gedragen, zoals alleen maar in de luier willen doen.

Als je weet dat je kind een poep/plasprobleem heeft en dit niets met zindelijkheid te maken heeft kun je het volgende doen. Toon begrip, geef je kind erkenning en ontschuldig het. Leer je kind hoe het lichaam werkt en gebruik hiervoor App SuperPoeper of Het SuperPoeperBoek. Leg uit dat het handig voor het kind is om op tijd naar de wc te gaan (uit logeren kunnen gaan, kunnen buitenspelen, sporten, uit spelen gaan). Maak afspraken over wc-gang en wees hier consequent in. Moedig het kind aan door vertrouwen uit te spreken dat het kind groot is en je weet dat het ’t kind gaat lukken (immers alles werkt naar behoren).

Blijkt dat het kind toch in de weerstand blijft en geen aanstalten maakt om het gedrag te veranderen, volg dan de online oudertraining. Kom je er nog niet uit? Dan kun je een online skype/facetime consult bij mij boeken of een poepprofessional in de buurt contacteren.
Click here to subscribe

2018-10-29T20:32:51+00:00